Regelmodule van de afstandsbediening

Met de module afstandsbediening kan de afstandsbediening worden uitgevoerd voor taken die u al hebt gemaakt.

Deze module kan worden uitgevoerd op beheerdersniveau.


image2023-7-11_11-1-48.png

image2023-7-11_11-2-6.png

image2023-7-11_11-2-24.png

Menu-indeling


Item

Description

1

Warning

Dit toont de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de module.

2

Start Remote Control

Met deze knop kunt u de afstandsbediening starten nadat alle instellingen zijn voltooid.

3

Mandatory Settings

Dit is een verplichte instelling voor afstandsbediening.

U kunt modules en taken instellen en veilige ingangssignalen instellen.

4

Advanced Settings

Hierdoor zijn geavanceerde instellingen voor de afstandsbediening mogelijk.

U kunt elke poort voor de taak instellen op starten/pauzeren/stoppen/hervatten/servo aan.

Als de afstandsbediening is ingesteld om automatisch te worden uitgevoerd na het opnieuw opstarten, wordt deze uitgevoerd zodra Dart-Platform opnieuw wordt opgestart.


U kunt naar het scherm Afstandsbedieningsmodus gaan wanneer u de afstandsbediening start.

Dashboard

image2024-6-11_14-34-5.png



Item

Description

1

Input Signal

Onder de veiligheidsinvoersignaalitems die zijn ingesteld in de veilige invoer/uitvoer, wordt een activeringssignaal voor de afstandsbediening ontvangen en weergegeven.

2

Total Time

Geeft het tijdstip weer waarop de taak is uitgevoerd.

3

Cycle Count

Geeft het aantal herhalingen van de taak weer. 

4

Cycle Time

Geeft de één-cyclustijd van de taak weer. 

5

Collision Sensitivity

Geeft de botsgevoeligheidswaarde weer. Als u zich binnen de zone bevindt, wordt de impactgevoeligheidswaarde weergegeven die in die zone is ingesteld. Indien buiten de Zone, wordt de crashgevoeligheidswaarde weergegeven die is ingesteld in de robotlimiet. 

6

Tool Center Point

Geeft het gereedschapsmiddelpunt weer dat in de taak is opgegeven. 

7

Tool Weight

Geeft het gereedschapsgewicht weer dat in de taak is opgegeven. 

8

Tool Shape

Geeft de gereedschapsvorm weer die in de taak is opgegeven. 

9

Signal Input/Output

Geeft de respectieve signaalingangs-/uitgangswaarden weer. 

10

Log

Geeft systeemlogboekinformatie weer. 

11

Speed

U kunt de snelheid van de taak instellen. 

12

TCP Force

Geeft in realtime de kracht weer die op TCP wordt toegepast. 

13

Variable

Geeft de variabelewaarden weer die door de actieve taak worden gebruikt.


image2024-6-11_14-2-19.png



Item

Description

1

Controller Digital Input

Toont de digitale ingangsinstellingen van de controller. 

2

Safety Input

Toont de veiligheidsinvoerinstellingen van de controller. 

3

Controller Digital Output

Toont de digitale uitvoerinstellingen van de controllercontroller. 

4

Flange Digital Input

Toont de instellingen van de digitale flensingang. 

5

Flange Digital Output

Toont de instellingen voor de digitale flensuitgang. 

6

Controller Analog Input

Toont de analoge ingangsinstellingen van de controller. 

7

Controller Analog Output

Toont de analoge uitgangsinstellingen van de controller. 

8

Flange Analog Input

Toont de instellingen van de analoge flensingang




Logboek

Geeft systeemlogboekinformatie weer.

image2024-6-11_14-42-4.png

Variabel

Geeft de variabelewaarden weer die door de actieve taak worden gebruikt.

image2024-6-11_14-41-54.png